Terug De oorsprong Het karakter De omgang De verzorging

Het karakter


De voorouders van de Tatra zijn honden, die meekwamen met herders die uit Azië naar Europa trokken, om de schaapskuddes te bewaken en te verdedigen tegen vijanden (rovers, wolven en beren). De daarvoor vereiste eigenschappen waren kracht, behendigheid en onverschrokkenheid.
De witte halflange vacht is bewust gefokt zodat de hond bij verrassing tussen de schapen uit kon schieten en ook omdat de herder niet per abuis zijn hond in plaats van de wolf neerschoot. Ook moest de hond waakzaam, slim, zelfstandig en beslist niet angstig zijn om situaties te kunnen beoordelen en op te lossen als de herder sliep. Ook voor gezelschap was de herder grotendeels op de hond aangewezen die zijn baas dan ook de nodige aandacht gaf. Zo was de hond een onmisbare vriend en helper bij het weiden van de schapen op de berghellingen.

De hiervoor genoemde eigenschappen heeft de Tatra grotendeels behouden. Dit maakt hem ook voor ons tot een waakzame en onverschrokken kameraad, hij is rustig, evenwichtig en beslist geen vechtersbaas. Door zijn zelfstandigheid zal hij bij bezoek aanslaan en op eigen terrein vreemden buiten de poort houden, daarvoor zal hij zijn plaats en uw aandacht opeisen, buiten het eigen terrein is hij rustig en afwachtend. In de handen van een consequente baas die hem een juiste opvoeding geeft is het een prachtige hond die bewondering afdwingt door zijn onverschrokken uitstraling.

 

 


©
Tatra-Club Owczarek Podhalanski